Alcohol in het verkeer

Alcohol en verkeer gaan niet samen, ook al staat de wet een kleine hoeveelheid toe. Alcoholgebruik veroorzaakt naar schatting een kwart van alle verkeersdoden.

Gevaar van alcohol in het verkeer
Van alcohol (ethanol) wordt iemand ‘aangeschoten' of dronken. Geconsumeerde alcohol komt via de slokdarm en de maag in de dunne darm en wordt daar opgenomen in het bloed. Via het bloed komt het vervolgens in de hersenen. Hier veroorzaakt de stof een remming op het centrale zenuwstelsel. De prikkeldoorgave in het centrale zenuwstelsel gaat trager verlopen en beïnvloedt de waarneming, concentratie, reactiesnelheid en motoriek. Een belangrijk effect van alcohol is ook dat beslissen moeilijker wordt doordat het informatieproces trager verloopt. Vaststaat dat het rijgedrag altijd verandert als de bestuurder alcohol gedronken heeft.

De rijtaak is opgebouwd uit bewuste informatieverwerking en automatismen. Alcohol heeft eerst (bij een laag promillage) een effect op de bewuste informatieverwerking. Hierdoor vermindert de flexibiliteit, worden gelijktijdig verschillende handelingen moeizamer verricht en neemt de foutgevoeligheid af. Automatismen worden het laatst (bij een hoog promillage) aangetast. Dit verklaart het verschijnsel dat mensen onder invloed van alcohol schijnbaar moeiteloos de auto bedienen en de route naar huis weten te vinden maar dat bijvoorbeeld fout gedrag niet wordt opgemerkt of signalen uit omgeving niet worden opgepikt en dat het vermogen te reageren afneemt.

Rijtaakstudies waarbij proefpersonen in auto's rijden laten zien dat:
Vanaf 0,5‰ aspecten als rijden met constante snelheid, koershouden en reactiesnelheid bij onverwachte situaties verslechtert;
Vanaf 0,4‰ eigen fouten over het hoofd worden gezien;
Vanaf 0,2‰  de verdeelde aandacht verslechtert;
Vanaf 0,15‰ de informatieverwerking verslechtert;
De stabiliteit van de taakuitvoering vermindert.

Bovengenoemde verslechteringen zijn klein van omvang bij de genoemde lage waarden van het bloedalcoholgehalte (BAG), maar kunnen effecten hebben op de rijprestatie. Invloed op waarneming, concentratie en volggedrag is bij een BAG van 0,5‰ niet geconstateerd. Wel neemt de inschatting van de eigen rijvaardigheid af door het optreden van euforie, alsmede de overschatting van de rijvaardigheid.

Risico's
Het ongevalsrisico in het verkeer neemt exponentieel toe naarmate men meer alcohol in het bloed heeft. Bij een BAG van 0,5‰ is de kans op een ongeval ongeveer anderhalf keer zo groot, oplopend tot zeventien keer bij 1,8‰. De omvang van de toename hangt ook af van factoren zoals geslacht, gewicht (en vetgehalte), leeftijd en drink- en rijervaring.

Het gebruik van alcohol gaat vaak samen met andere vormen van risicogedrag dat kan leiden tot ongevallen en verwondingen. Denk daarbij aan het niet dragen van gordels en het rijden met een te hoge snelheid (ook in risicovolle gebieden zoals woonwijken).

Jonge mannen van 18 tot 24 jaar zijn sterk oververtegenwoordigd bij alcoholgerelateerde verkeersongevallen. Jonge mannen vormen ongeveer 4% van de Nederlandse bevolking, maar ze zijn slachtoffer bij 23% van de alcoholongevallen in het verkeer.
Ook blijkt dat bij ongeveer driekwart van de ernstige alcoholongevallen bestuurders met een BAG boven de 1,3‰ betrokken zijn. De zware drinkers die soms ook nog drugs gebruiken, nemen ongeveer de helft van deze ongevallen voor hun rekening. De groep zware drinkers maakt 0,2% uit van alle bestuurders en 25% van alle rijders onder invloed.

Dit zegt de wet
In artikel 8 van de Wegenverkeerswet (WVW 1994) staat in lid 2: Het is een ieder verboden een voertuig te besturen of als bestuurder te doen besturen na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat:
a. het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan 220 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, dan wel
b. het alcoholgehalte van zijn bloed bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan 0,5 milligram alcohol per milliliter bloed.
In lid 3 staat voor het beginnersrijbewijs:
a. het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan 88 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, dan wel
b. het alcoholgehalte van zijn bloed bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan 0,2 milligram per milliliter bloed.

Cijfers
In Nederland wordt geen alcoholtest uigevoerd bij overleden verkeersslachtoffers. Bij alcoholgerelateerde verkeersongevallen is sprake van een grote onderregistratie. Daarom is het exacte aantal alcoholgerelateerde slachtoffers niet bekend. Schattingen op basis van wetenschappelijk onderzoek gaan er van uit dat ongeveer een kwart van alle verkeersdoden (mede) veroorzaakt wordt door alcoholgebruik. Daarmee is alcohol, naast een te hoge snelheid, de grootste ‘killer' in het verkeer.
Meer cijfers

Belangrijke jaartallen
1974: invoering limiet van 0,5 ‰
1984: blaaspijpje vervangen door elektronische ademtesters
1987: verplichte ademanalyse als bewijs bij alcoholcontroles
1996: invoering Educatieve Maatregel Alcohol (EMA)
2002: verlaging limiet naar 0,2 ‰ voor beginnende bestuurders

Gebruikte bronnen
Nieuwsbericht: Kabinet wil alcohol in verkeer strenger aanpakken, 11 juli 2008
SWOV-Factsheet Rijden onder invloed van alcohol en drugs, november 2006
Kerncijfers Verkeersveiligheid uitgave 2009, Rijkswaterstaat